Na drie dagen Philadelphia neem ik afscheid van mijn immer symathieke gastheer ("Are you leaving already? Stay for another week man!") en stap ik op de bus naar New York, waar ik enkele uren later aankom in het midden van Chinatown. Ik heb enkel een minikaartje van de metrolijnen op zak en heb bijgevolg geen flauw idee waar ik ben. Gelukkig merken enkele voorbijgangers mijn What The Fuck-houding op en wijzen ze me naar het dichstbijzijnde metrostation, vanwaar ik me naar mijn hostel begeef (het eerste van drie). Dat blijkt in Harlem te zijn, een overwegend zwarte buurt. En dat is te zien, tijdens mijn wandeling naar het hostel ben ik the only white boy in kilometers omtrek. Ik val dus gemakkelijk op, enkele dagen later wordt ik zelfs openlijk uitgelachen door enkele homeboys. Ik vermoed dat het met mijn dresscode te maken heeft (flipflops, korte broek en smurfentshirt), die toch wat afwijkt van de gangbare norm hier (lange afhangende broek, oversized hiphip tshirts, petjes en hippe sneakers). Tja.
FORTY-OUNCERSHarlem was vroeger een ruige buurt, maar heet nu opgekuist te zijn door de politie. Alhoewel. Tijdens mijn vijfdaags verblijf hoor ik eenmaal geweerschoten, wordt er een straat verder iemand doodgeslagen en rukt de politie eens massaal uit: tien politiewagens voor de deur plus heli met zoeklichten, ze lachen er hier niet mee. Politie is trouwens overal aanwezig in New York. Onder Giuliani (burgemeester voor Bloomberg) werd het aantal agenten fors opgedreven (het politiekorps van New York is groter dan het leger van sommige (weliswaar kleine) landen) in een poging om de stad veiliger te maken. Wat gelukt is, New York is nu zowat de veiligste stad in de Verenigde Staten. De daklozen moesten er ook aan geloven: allemaal werden ze opgepakt, op de bus gezet en simpelweg gedropt in een andere stad. Probleem opgelost. Onder andere Pittsburg zit nu met een groot daklozenprobleem heb ik gehoord.
Anyway, sommige buurten zijn nog net wat onveiliger dan andere, en Harlem is daar dus een van. Toeristen worden echter over het algemeen gerust gelaten, maar toch kom je hier best niet buiten tussen zeven en tien 's avonds, een regel die ik enkel schend bij acuut biergebrek. Maar dat wil nog meer voorvallen dan gepland, want dit hostel is wat je een feesthostel zou kunnen noemen. Elke avond vind je hier wel volk om een pintje (ahum) mee te drinken en te zeveren. Er worden meermaals plannen gemaakt om 's nachts nog eens de stad in te trekken, maar per algehele consensus wordt er nooit verder geraakt dan de drempel van het hostel. Een van de grote boosdoeners zijn de forty-ouncers. Dat zijn glazen flessen bier van 1,18 liter (=40 ounces) met een alcoholpercentage varierend van zes tot acht graden. Geen voer voor fijnproevers but it gets the job done. En het is ook nog eens cheap as hell, een fles kost ongeveer drie dollar. Hallo goedkoop plezier.
Hallo ook regelmatige beerruns naar de grocery stor, feestjes durven nog wel eens uitlopen, wat mijn bierplanning soms in de war stuurt (zelfs met een 160% planning). Een van de dingen die me opvallen tijdens die beerruns is het taalgebruik op straat: het woord "nigger" rolt namelijk veel over de tongen van de lokale bevolking (en sommigen zeggen echt "ax" in plaats van "ask". Krijg je "Lemme ax you something nigger" in plaats van "Lemme ask you something nigger"). Ik voel al enkele grappige anekdotes in me opkomen, maar voor ik me op linguistsich vlak zelf ook eens goed laat gaan informeer ik me toch maar eerst even. Een goed idee zo blijkt, want nigger is een woord dat enkel gebruikt wordt door zwarten zelf en ervaren wordt als racistisch wanneer iemand anders het zegt. En aangezien ik the only white boy in kilometers omtrek ben besluit ik wijselijk om mijn mond te houden.
TWENTY-FOUR/SEVENDe stad zelf is op zijn minst gezegd indrukwekkend. De eerste "holy shit" ontsnapt je op het moment dat je New York binnenrijdt en al de wolkenkrabbers voor je ziet opdoemen, en die indruk gaat eigenlijk niet meer weg. Overal loopt er volk rond, overal zijn er dingen te zien en te doen. Het is alsof je een energiestoot krijgt als je nog maar gewoon buiten komt (zeer handig als je 's nachts ietwat beschonken uit een pub wandelt). New York is echt, zoals men zegt, the city that never sleeps. Bijna alles is hier 24/7: klerenwinkels zijn open tot 1 uur 's nachts, je ziet files op straat op tijden dat iedereen in bed hoort te liggen, de meeste eetketen sluiten gewoon nooit (Americans love their snacks), de metro rijdt op alle uren van de dag. En dan is er nog de grootte van de stad. Je kan makkelijk een hele dag doorbrengen in bijvoorbeeld het financial disctrict, wat slechts een klein stukje van Manhattan is, wat slechts een van de vijf boroughs is waarin de stad is onderverdeeld. Fifth avenue, Empire State Building, Wall street, Little Italy, Ellis Island, Union Square, de lijst met points of interest lijkt wel eindeloos. Gelukkig heb ik drie weken uitgetrokken enkel voor New York, dus ik kan op mijn gemakje alles gaan verkennen. Het is en blijft een vakantie.
AMERIKAANSE TV Doorheen deze reis heb ik regelmatig momenten waarop ik gewoon niks doe behalve wat lezen, passerende mensen in de gaten houden of tv kijken. Het is dat laatste waar ik wat over wil vertellen. Hou je klaar om al de cliche's over Amerikaanse tv bevestigd te zien.
Punt een: Amerika is ongelooflijk in de ban van reality tv. Big Brother, America's next supermodel, ze tieren hier welig. Vrijwel elk moment van de dag kan je een realityshow verwachten op een van de kanalen (en dat zijn er veel). Sommige ken ik, andere zijn volledig nieuw voor mij. Neem nu "Decision House". Het concept is simpel (niemand houdt hier van ingewikkeld): een koppel met huwelijksproblemen wordt drie dagen in een huis opgesloten onder het waakzaam oog van een judge (niet judge Judy, ze hebben er nog) en moet daarna beslissen of ze hun huwelijk nog een kans willen geven of ze willen scheiden. Commentaar van een deelneemster: "We thought this would be the best for all of us, especially for the children." Je huwelijksproblemen uitgesmeerd op national tv, inderdaad een zegen voor je kroost.
Politieshows zijn ook bijzonder populair. Elke avond worden er wel boeven gevangen of vecht een dappere agent voor zijn leven (uiteindelijk wint de agent altijd natuurlijk). Grappig detail: hoewel we al 2008 zijn lijkt de kwaliteit van de getoonde beelden nog altijd op die van een videocassette waar al 20 keer op overgenomen is. De conflicten die deze heldhaftige agenten moeten oplossen zijn meestal zo triviaal als de pest. Een dronken ruzie tussen enkele rednecks, een dronken man die naakt over straat loopt ("the man was in a state of undress"), een oververmoeide chauffeur die per se wil verder rijden maar niet mag ("How long have you been working for?" -"About 150 hours sir" "In one day?"). Maar het volgende really takes the cake: agenten vinden een puber die op het strand zijn roes ligt uit te slapen, ze maken hem wakker en zien dat hij niet meer op zijn benen kan staan, dus nemen ze hem mee voor een nachtje in de cel. Commentaar van de voice-over: "This kid needs a safe place to sleep it off, in this condition he might be a danger to himself or others." Het strand lijkt mij anders een redelijk veilige plek om te beginnen, aangezien er alleen zand is en verder niets. En een gevaar voor zichzelf of anderen? Hij lag verdorie rustig te slapen tot een paar overijverige agenten hem wakker maakten. Reality tv folks.
Punt twee: Amerikaanse comedy is rot- en rotslecht. Kijk eens naar een aflevering van "Everybody loves Raymond" of "My name is Earl" en u zal begrijpen.
Punt drie: Censuur is alomtegenwoordig. Censuur op taal en bloot that is, geweld kan zonder enige problemen door de beugel (voor wie tijd heeft, check eens "pride fighting" op youtube, fucking brutal sport). Een voorbeeld: Die Hard III wordt getoond om drie uur in de namiddag, een uur dat kleine kinderen ook nog tv kijken. Dus moeten alle vuile woorden eruit, nigger wordt brother en motherfucker wordt melon farmer. Wat grappige dialogen oplevert als "Say it! Say it, you were gonna call me a brother weren't you, you white melon farmer!" Velen herinneren zich waarschijnlijk ook een van de beginscenes waarin John McLane naakt met een sandwhichbord in Harlem rondloopt waarop staat "I hate niggers". In de namiddagversie wordt dat "I hate everybody". Wat de logica uit de volgende scene helemaal wegneemt (een groep zwarten voelt zich beledigd omdat McLane iedereen haat).
Punt vier: Om de tien minuten krijg je een reclameblok van enkele minuten voorgeschoteld. Altijd, overal. Een film van 90 minuten duurt zo bijna drie uur. Veel getoond is reclame voor pillen: vitaminenpillen, slaappillen, vermageringspillen. In het geval van het eerste wordt meestal een hoop vers fruit getoond, dat dan verdwijnt en terugkomt in de vorm van een pil. Ik snap niet dat mensen liever pillen slikken dan het eigenlijke fruit te eten, maar het zal wel beter zijn zeker? Het is tenslotte op tv.
In het geval van de vermageringspillen begint de reclame meestal met de mededeling dat meer dan 60 procent van de Amerikanen te dik is ("you can become overweight from stress at the office, or even bad diet!") maar dat we er gelukkig ook iets aan kunnen doen met deze nieuwe fantastische pil. Waarop een nummer verschijnt dat je moet bellen om je eigen dosis te bestellen. Naar het schijnt verkopen zo'n pillen als zoete broodjes. The solution to all problems lies within a pill.
Na drie dagen Baltimore neem ik een Greyhound naar Philadelphia. Ik heb een ticket voor de bus van 14.40u, maar die is volgeboekt en kan maar zes mensen meer (van een dertigtal wachtenden) meenemen. Veel uitleg wordt daar echter niet aan verspild en excuses moet je al helemaal niet verwachten, drie uur wachten op de volgende bus is de enige optie. Maar tijd heb ik genoeg op deze reis dus zoveel maakt het me niet uit.
Enkele uren later arriveren we in Philly (zo noemen ze het hier en geef toe, het klinkt beter) waar ik opgewacht wordt door Yasser, een couchsurfing-buddy bij wie ik enkele dagen kan logeren. Zonder enige reserve geeft hij mij de sleutel van zijn appartement, later zal hij zelfs mijn inkopen betalen. Een beetje Arabische gastvrijheid in de VS, Yasser is namelijk van Saoedi-Arabië en moslim. Zelf houdt hij ergens het midden tussen erg gelovig en een je m'en fous-houding, maar ik zal vrienden van hem ontmoeten die zich in elk uiteinde van het spektrum bevinden. Een zekere Abdullah bijvoorbeeld, een bekeerd Amerikaan, zeurt me urenlang de oren van het hoofd over de Islam, het ene na het andere "bewijs" leverend dat de Islam het betere geloof is, dat Darwinisme niet klopt en whatever the fuck. Ik knik beleefd en laat het maar over me heen gaan, dit lijkt me niet de persoon met wie je in discussie wil gaan, damned religious nut.
Maar het tegenovergestelde is ook mogelijk, de volgende dag bevind ik me in het gezelschap van twee vrienden van Yasser die hier naar school gaan. En blijkbaar kunnen ze het lokale college life wel appreciëren, na 30 minuten in hun dorm begint ene een joint te rollen (American style: sigaar opensnijden, alle tabak eruit, vol weed stampen en terug toerollen) en trekt hij een paar pinten open. Nog 30 minuten later liggen we allemaal onderuitgezakt in de sofa. Nuff said.
STARBUCKSPhiladelphia heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de Verenigde Staten: de Declaration of independence is hier opgesteld en ondertekend, en de stad was de hoofdstad van het land van 1790 tot 1800. Alle openbare gebouwen en monumenten staan hier dan ook in het teken van liberty en independence: Liberty Bell, Independence Hall, Independence Visitor Center, noem maar op. De meeste vragen echter toegangsgeld en na een week in Washington heb ik genoeg cultuur achter de kiezen voor een tijdje (New York komt er trouwens aan binnen twee dagen), dus besluit ik om het tegenovergestelde te doen: ik wandel mijn eerste Starbucks binnen sinds ik in de VS ben. Verassend genoeg is deze alomtegenwoordige keten best gezellig. Met een hot chocolate naast mij en rustige muziek op de achtergrond (ik meen Neil Young te herkennen) lees ik afwisselend een boek en sla ik de ontelbare passerende mensen op straat gade. Wanneer ik weer naar buiten ga staat de klok reeds twee uur verder.
Tijd voor een wandeling in het centrum van de stad. Al snel blijkt dat Philadelphia niets extra te bieden heeft vergeleken met andere steden. Wolkenkrabbers, zakenmensen die voor een immens kantoorgebouw een sigaret staan te roken, fastfoodtenten, bedelaars die kleingeld voor de bus moeten hebben. Leuk, maar niets speciaal. Veel gezelliger is the old town center, waar ik de beste maaltijd van mijn hele reis zal nuttigen in een klein Mexicaans restaurant. Je kan een oud stadscentrum hier echter niet vergelijken met oude Europese stadscentrums. Van kronkelende straatjes is geen sprake, gezien de typische roosteropbouw van het wegennet hier. Autovrij is het ook al niet, aangezien iedereen een auto heeft die hij ergens kwijt moet en niemand meer dan 200 meter wil stappen. Maar kom, naar Amerikaanse normen is dit best cosy.
NEKTAPIJTEven een totaal willekeurig feit dat ik te weten gekomen ben tijdens gesprekken met enkele locals: de oorsprong van de mullet, het nektapijt zoals ze bij ons zeggen.
Mullets zijn ontstaan bij rednecks, de marginale bevolking die in het zuiden van het land leeft en over het algemeen arm, conservatief en niet vies van gokken en alcoholmisbruik is. Aangezien in de zuidelijke staten zoals Texas, Mississippi en Alabama de zon meestal schijnt en rednecks regelmatig buiten werken (aan hun pick-up truck of woonwagen) of buiten zitten voor hun voordeur (tweeloop in aanslag, "get off my lawn!"), verbrandden ze nogal gemakkelijk in hun nek. Tot er een iets slimmere redneck op het idee kwam om het haar in de nek te laten groeien. Vaarwel sunburn, hallo mullet (ik vraag me af of Danny van de Fritshop dit weet).
Hoewel Washington helemaal niet zo groot is kan je er toch uren rondlopen. Het centrum van de stad, hoewel slechts een zakdoek groot vergeleken met andere Amerikaanse steden, is namelijk bezaaid met talloze monumenten en museums. Ze allemaal zien in slechts een week tijd is niet mogelijk, dus beperk ik mij tot de interessantste. Een aanrader voor de vliegtuigfanaten bijvoorbeeld (lees: Willem en Weef) is het Air and Space museum, waar ik een hele dag spendeer. Air and Space is een van de negen Smithsonian museums, die allemaal volledig gratis zijn (wat het zeker aantrekkelijk maakt voor een van bovengenoemde fanaten) en bijgevolg toeristen vanuit het hele land trekt.
KINDEREN AAN DE LEIBANDVoor de afwisseling ga ik ook een dagje naar de zoo. Ik heb zo mijn twijfels over de kwaliteit: ze missen ijsberen en giraffen, dat noem ik geen zichzelf respecterende zoo (so what als er paar lamme panda's zitten, ik wil ijsberen!). Maar het is gratis, dus waarom niet. Wederom wordt er door niemand een letter gelezen van de begeleidende bordjes, wat best grappige situaties oplevert. Ik hoor een discussie tussen twee oudere vrouwen over de lichaamsbouw van flamingo's (waar zit hun knie?) terwijl het antwoord in vette letters voor hun neus staat. Dat is echter nog een semi-wetenschappelijke vraag, even later zal ik bullshit horen als "oh look, he's hungry and all he's got is sticks and rocks" wanneer een of andere vogel achteloos een tak in zijn bek neemt en hem een meter verder weer laat vallen. Ja, vogels eten takken wanneer ze honger hebben en er geen voedsel in de buurt is. Als ze een boefkick hebben eten ze zelfs hun eigen nest op, waarna ze op de grond donderen. Stomme vette k
Kalm Sam, denk ik bij mezelf, niet opwinden. Gewoon verder stappen. Kijk wat rond. Lach even met het zichzelf onderkotsende kind. Sommige kinderen worden hier trouwens aan de leiband gehouden (geen grap). Honden zijn niet toegelaten in de zoo, dus houdt men de kinderen maar aan de leiband?
Op een normale dag doe ik een of twee musuems/monumenten, waarna ik wat ga ronddolen in de stad. In een Europese stad loop ik gegarandeerd verloren zonder plan na tien minuten (zelfs met plan soms) maar dat is hier praktisch onmogelijk. Elke Amerikaanse stad is onderverdeeld in avenues (die horizontaal lopen) en streets (verticaal) die oplopen in nummers of letters vanaf de rand van de stad, wat een bijzonder overzichtelijk rooster geeft. Als je je bijvoorbeeld op het kruispunt van 15th avenue en G street bevindt en je moet naar 13th avenue en F street, dan moet je gewoon twee blokken naar rechts en een blok naar beneden (afhankelijk van hoe ze juist genummerd zijn natuurlijk). Zeer handig. Elke straat in Washington is trouwens minstens 4 rijvakken breed en altijd proper gekuist. Dat moet ook wel als je bedenkt dat bijna elke Amerikaan over een eigen auto beschikt.
Hier en daar passeer ik een parkje ingeplant tussen de kantoorgebouwen, waar steevast enkele daklozen of bedelaars liggen te slapen. Die zie je hier wel meer, en soms kunnen het hardnekkige motherfuckers zijn. Zelfs tot op het punt dat ze je enkele meters achterna lopen, vragend om kleingeld. Onveilig voel je je daar echter niet door, want (en dit geldt voor al de plaatsen waar ik al geweest ben) de straten lopen altijd volk volk. Niemand die het zich in zijn hoofd haalt om op klaarlichte dag en in het centrum van de stad iemand te overvallen.
SPAR-PRIJZENNa een hele dag rondlopen wil een mens wel al eens honger krijgen, en aangezien het hostel over een eigen keuken beschikt besluit ik om eens zelf te koken. Dat is de enige manier om hier groenten binnen te krijgen, de gemiddelde uit-eten maaltijd bestaat uit vlees/kip, pasta/frieten, een vettige saus en soms een blaadje sla of wat tomaat om het geheel een beetje op de foto van op de menukaart te doen lijken. Je kan hier trouwens in eender welke keet eten krijgen: elke pub, cafe of drinkgelegenheid heeft een menukaart waarvan je hamburgers of fried shrimp of whatever kan bestellen.
Naar de grocery store dus. Het wordt me al snel duidelijk dat zelf koken helemaal niet goedkoper is dan uit eten gaan. Groenten zijn goedkoop (als je ze los kan kopen in plaats van per pound), maar vlees kost zowat het dubbele als thuis. En dan ben ik nog Spar-prijzen gewoon. Brood is ook al belachelijk duur, en dan is het meestal nog van dat melkbrood waar ik zelfs op festivals al na een dag genoeg van heb. Even de som maken: zelf een maaltijd bereiden kost je tussen 8 en 12 dollar, een hamburger met frieten kost je tussen 6 en 10 dollar. En dat laatste is zonder moeite. Maar zonder groenten ook. Dat is zowat mijn enige motivatie om zelf eten te maken. Ik heb zo een donkerbruin vermoeden dat die motivatie niet lang zal standhouden.
THE WIREIets meer dan een week DC is me meer dan genoeg, dus maak ik plannen om mijn reis voort te zetten. Ik neem de trein verder noordwaarts naar Baltimore, een stad met een vrij hoog murder rate en andere violent crimes (Detroit spant nog altijd de kroon in de VS qua misdaad maar die stad is aan de beterhand sinds enkele jaren, unlike Baltimore). Baltimore heeft twee stations, een in de westside en een in het betere deel van de stad, Penn Station. Mijn halte is Penn Station, maar eerst passeren we West-Baltimore. De eerste gedachte die in me opkomt is "wat een geluk dat ik hier niet moet afstappen". Afval overal en de overgrote meerderheid van de gebouwen is in staat van verval. Later die avond zal ik met enkele locals een autorit maken door de ghetto's, en daar is het meer van hetzelfde. De meeste huizen zijn afgesloten met houten planken voor de deuren en ramen (boarded up) en afval siert menige straathoek. Op sommige plaatsen staat een lantaarnpaal met een flikkerend blauw licht of een felle spot die op de straat gericht is. Dat wil zeggen dat dit een risicogebied is dat door de politie in de gaten wordt gehouden en dat je dus maar beter vermijd. En met in de gaten gehouden bedoel ik met camera's, want sommige van deze plaatsen worden al lang niet meer gepatrouilleerd door de politie. Enkel als er een moord gepleegd is komen ze er nog. Ik denk niet dat fietsdiefstal of barfights een prioriteit zijn van het lokale politieapparaat. Het grappige (nu ja, grappig) is dat deze wijken slechts enkele honderden meters verwijderd zijn van de betere wijken, waar de rijkere (lees: blanke) bewoners wonen. Mijn gidsen hebben meer dan een vriend die al een mes tegen de keel heeft gehad en zijn geld moest afgeven.
De stad probeert dat beeld echter zo goed en zo kwaad mogelijk te verbergen, in het tourist info center lees je niets dan lof over Baltimore en de miljoenen dollars die in renovatie en opwaardering gepompt worden. En het moet gezegd: de binnenstad (o.a. de Inner Harbour) oogt mooi en aangenaam.
Mijn hostel ligt gelukkig in een goede buurt, dus voor een mes tussen mijn ribben moet ik niet vrezen. Datzelfde hostel is trouwens al het gezelligste tot nu toe: kleinschalig (er komt niet veel volk Baltimore bezoeken), wat het een gezellige sfeer geeft waar je makkelijk aan de praat raakt met andere reizigers. En hoe meer ik er van die laatste leer kennen op mijn reis, hoe onbenulliger de mijne lijkt. Sommigen zijn al een vol jaar onderweg en hebben al in de brousse van Thailand overnacht en heel Afrika doorkruist, een iemand is zelfs van plan om per fiets de hele VS te doorkruisen. Crazy fuck. Nog anderen werken eerst een paar jaar om dan de hele wereld af te reizen de jaren erna. Doldwaze plannen beginnen te rijpen onder mijn schedelpan. Maar eerst is er deze reis om af te maken. Eerst is er Baltimore.
Zaterdag. Ik ben nog geen zaterdagavond thuisgebleven sinds ik 18/19 jaar ben, en ook nu zit er geen uitzondering aan te komen. Jon pikt enkele vrienden op en samen gaan we naar downtown Orlando. Eentje heeft er al een namiddagje drinken opzitten, maar dat past in het globale plan: alles dat alcohol serveert sluit hier om 2 uur, dus kan je maar beter vroeg beginnen, niet?
YOU'RE FROM GERMANY?Alle clubs die we passeren lijken me hetzelfde, net als het mannelijk volk (en de zwarte reuzen die als buitenwippers fungeren): iedereen gaat gekleed in een net hemd, strakke jeans, "geklede" schoenen en een kortgeknipt kapsel dat uitvoerig met gel is gemoddeleerd. Ikzelf loop erbij in een knalgeel tshirt (en bijpassende sokken of course) en simpele sneakers. Van een kapsel tout court is al helemaal geen sprake. Af en toe word ik eens raar bekeken, maar de nieuwsgierigen worden snel gerustgesteld: "he's cool, he wants to get drunk too" (ik heb niets gezegd, echt niet). Het volkje doet me denken aan het gemiddelde boerenfuif-publiek, en de gevoerde conversaties bevestigen dit alleen maar. Een voorbeeld: "Where are you from? Belgium? You're from Germany? That's the same right?" Je kan het ze niet kwalijk nemen veronderstel ik, het onderwijs hier richt zich hoofdzakelijk op de VS zelf, dus degenen die niet verder studeren of zelf interesse aan de dag leggen weten over het algemeen niet wat er buiten hun eigen land (of zelfs staat) gebeurt. Maar dat vinden ze niet erg, want meestal interesseert het hun ook gewoon geen moer: "Global warming? I don't see that happening over here man, why should I give a fuck?". Waarmee ik natuurlijk niet gezegd wil hebben dat elke Amerikaan aan bovengaande omschrijving voldoet (mijn gastheer is bijvoorbeeld een heel open-minded persoon), maar al degenen in mijn nabije omgeving komen toch aardig in de buurt.
Eens twee uur, en dus closing time, geen we nog iets eten in een pizzatent. Dat doen ze hier blijkbaar altijd om zaterdagavond af te sluiten, want de keet staat stampensvol. Ik vat het plan op om morgen te koken voor mijn gastheer, iets waar Jon zeker geen graten in ziet.
Zo gezegd, zo gedaan. We rijden naar Wal-Mart, een supermarktketen die je over het hele land terugvindt. Als ik mij verbaas over de grootte (de gemiddelde Colruyt maal vijf) verzekert Jon mij dat dit slechts een medium-size store is. De echt grote zijn nog tien maal deze afmetingen en hebben letterlijk alles in huis: etenswaren, elektronica, noem maar op. Zolang er maar geen twee stops gedaan moeten worden tijdens het shoppen. Want daar draait het allemaal om: gemakkelijkheid. En van gemakkelijkheid is de link naar luiheid snel gelegd: in mijn gasthuis worden bijvoorbeeld constant lichten aangelaten. Ofwel omdat ze te lui zijn om op hun stappen terug te keren om ze uit te doen, ofwel omdat ze te lui zijn om de schakelaar te zoeken in het donker als ze thuiskomen. Zeer gemakkelijk indeed.
CAPE CANAVERALVandaag gaan we naar hetgene waarvoor ik naar Orlando gekomen ben: het JF Kennedy Space Center. En ik kan er zeer kort over zijn: een tegenvaller van jewelste. Al de fun stuff (zoals bv het massieve gebouw waar ze de shuttles op de lanceerraketten monteren) is verboden voor het grote publiek sinds 9/11, en je spendeert meer tijd in wachtrijen dan het eigenlijke bezichtigen waarvoor je in de wachtrij staat. Meestal is dat een massieve hal met een aftandse raket of een paar miniaturen. En een eetgelegenheid natuurlijk, Americans can always go for a snack. Het hele complex loopt ook vol met toeristen (het was dom van mij om anders te verwachten) die allemaal dezelfde foto's nemen. Zelf hou ik het na vier foto's voor bekeken. Ik koop me later wel eens een mooi plakboek. Het enthousiasme van de buschauffers die je van site naar site moeten brengen hangt me na vijf minuten ook al de keel uit. "Is everyone having a great time today? (mompelt) I can't hear you! I said is everyone having a great time today?? (ineens iedereen uit volle borst: yeah!)" Ik voel me ineens terug twaalf jaar oud en op schoolreis. Toerisme op zijn Amerikaans ladies and gentlemen.
Ik krijg ondertussen het gevoel dat ik mijn gastvrijheid al danig aan het rekken ben (ik verblijf hier al 4 dagen), dus ik maak stilaan plannen om mijn reis verder te zetten. Schoorvoetend vraag ik of ik nog een dagje mag blijven om mijn trip te boeken. Geen probleem natuurlijk, ik ben dan ook een uiterst sympathieke jongeling. Om eerlijk te zijn voel ik me ook niet meer 100% op mijn gemak sinds ik weet dat er drie vuurwapens in huis zijn. Zeker niet omdat een van Jon's roommates een drankprobleem heeft (geen grap) en op de meest onvoorspelbare tijdstippen ladderzat is. En zatlappen en firepower is een combinatie die ik liever niet meemaak. Maar vuurwapens horen nu eenmaal bij de American way of life. Een mooie illustratie hierbij is volgende conversatie met een van mijn huisgenoten:
"Hey man, you have a fucking big TV there."
- "Yeah but it's old as hell, we need to get a new one, a flatscreen."
"Isn't that a flatscreen right there in the corner?"
- "Yeah but it's broken. Backlights burned out. So now me and my friends are gonna take it to the shooting range and shoot it."
"Really?'
- "Sure man, I mean it's broken right? So why not shoot the fuck out of it?"
WASHINGTONDinsdagnamiddag. De trein op naar Washington. Een 21-uur durende rit met Amtrak, de treinoperator van de VS. Ik neem de 92 Silver Meteor Star, een verbinding die de hele oostkust aandoet. Het station vinden is geen sinecure, want stations liggen hier niet in het centrum van de stad. Treinen dienen hier hoofdzakelijk als vervoermiddel van cargo, aangezien bijna iedereen een eigen auto heeft. En alsof 21 uur op een trein zitten nog niet genoeg is, ben ik deze ochtend wat ziek opgestaan. Ik hou mijn hart vast. De treinen blijken echter meer comfort te hebben dan Greyhound en vluigtuigen, en eens de jengelende kinderen (het moest weer lukken) gaan slapen kan ik ook wat dutten. Al bij al valt de reis best mee, maar eens aangekomen in mijn hostel in DC ga ik toch maar direct slapen. Slaap is goed.
In mijn hostel verblijft ook een klas van een middelbare school. Bij het ontbijt (dat heb je als je vroeg gaat slapen, je maakt het ontbijt mee) legt de lerares het programma van de dag uit: bezoek van twee museums in de voormiddag en verzamelen tegen de middag (and don't forget your snack children!). Later op de dag zal ik er zelf ook een doen, het National History Museum. Ik spendeer er maar liefst drie uur eer ik het voor bekeken houd, en dan sla ik nog een hele verdieping over. Hoe kunnen zij dan twee museums doen op een voormiddag? Simpel: lees niets van de bijhorende tekst, ga in fast forward-modus voorbij alle exhibits, en neem volop foto's van alles dat je passeert. Handig, kan je thuis nog eens bekijken wat je op de moment zelf in volle vaart voorbijgelopen bent. Wat zijn ze toch praktisch hier.
Na mijn museumbezoek ga ik nog even op de wandel doorheen de stad. Het witte huis is niet veraf, dus waarom niet? Veel witte huis krijg ik echter niet te zien, het hele complex is omgeven door bomen. Misschien als je er helemaal rond loopt, maar zo hard interesseert het me nu ook weer niet. Ik haal me even enkele witte huis-beelden van op TV voor de geest en de drang om verder te lopen ebt gelijk weg. Terug naar het hostel dan maar, eens kijken of er interessante mensen te bespeuren zijn. Ik hou jullie op de hoogte.
Het heeft misschien een tijdje geduurd maar hier is het dan toch: de eerste post op mijn Amerikablog. Niet dat ik niet al ettelijke keren geprobeerd heb om iets neer te pennen, maar het is ondertussen al zoveel geworden om op te schrijven dat ik er mij moeilijk voor kan motiveren. Niets doen en lui zijn op reis went ongelooflijk snel. Thuis ook trouwens. Anyway, here goes.
VERTREKHet is jaren geleden dat ik zo vroeg opgestaan ben op een zondag (waarschijnlijk geen leugen, sad but true) dus het duurt een tijdje eer ik het besef maar: I'm going to the States! Het land van fastfood, religieuze gekken, rock & roll en freedom. Hadden ze dat laatste principe ook maar op hun langeafstandsvluchten toegepast, 10 uur stilzitten op een krappe stoel is geen pretje. De kwaliteit van het eten helpt ook al niet veel, ik krijg de ranzigste kip die ik ooit gezien heb voorgeschoteld. Het zal trouwens welgeteld slechts 4 dagen duren eer dit nieuwe record alweer verbroken wordt. Na het vliegtuig nog meer stilzitten in de shuttlebus die mij naar mijn hostel moet brengen. "Gratuity is not included in the fee" staat in het groot op de ruit van de bus te lezen, wat zoveel betekent als fooi niet in prijs inbegrepen. De chauffeur heeft echter pech, ik heb enkel biljetten van 20 dollar, vers van de ATM. Hij doet er toch te lang over naar mijn zin. Maar dat is misschien niet helemaal zijn fout, het is hier blijkbaar Spring Break, wat veel fuivende studenten en een immense drukte naar Miami brengt.
Uiteindelijk dan toch check-in om 20 uur, kamer van 6 bedden met een kapotte airco. En het is hier vrij warm, dus dat wordt zweten deze nacht. Gelukkig koelt het 's nachts wat af en zijn er geen muggen. Die worden gewoon weggeblazen, het waait hier namelijk constant. Veel kan het mij niet schelen, na 5 minuten lig ik vast in slaap.
WELCOME TO MIAMIDe eerste dagen in Miami zijn vrij kalm. Buiten een immer slapende Australier (sorry ik vind sommige leestekens niet op dit fucking qwerty toetsenbord) is er niet veel interessant volk aanwezig in het hostel. De kerel in het bed onder mij zal zelfs proberen geld uit mijn zakken te grabbelen als hij denkt dat ik aan het slapen ben. Niet dus.
De stad wat verkennen dan maar. Er is hier uitstekend openbaar vervoer aanwezig, in 20 minuten ben je van South Beach - waar mijn hostel is - in downtown, waar nog meer bussen zowat alle uithoeken van Miami aandoen. Ik besluit om downtown te voet te verkennen, wat perfect doenbaar blijkt. Blijkbaar hebben Amerikanen een ander idee van lange wandelafstanden dan wij. De meeste busstops zijn letterlijk slechts 200 meter van elkaar verwijderd, en mensen nemen de bus voor een of twee stops. Drie of vier stops wordt al helemaal beschouwd als not done te voet, terwijl dat slechts een kleine 10 minuten stappen is.
Naast massa's winkels en eettenten is er niet veel te zien behalve de Bayside, een kleine haven waar al de rijke stinkers hun boot aanmeren. Hier vind je mooie parken en heb je een mooi zicht op de skyscrapers iets verderop in de stad. Voor cultuur moet je echter niet in Miami zijn. Dit is een uitgaansstad, iets wat ik later zelf zal ondervinden.
Na enkele dagen leer ik wat leuke mensen kennen in het hostel. Het is hier volgende week een soort van muziekfestival en dat in combinatie met Spring Break betekent veel volk dat een kamer geboekt heeft nabij het strand. Veel knap volk, want Miami is de plaats van mooie mensen. Iedereen is of probeert zo hard om perfect te zijn: de straten lopen vol met afgetrainde en gebronsde binken (lachen) en opgemaakte grieten in minirok en strak topje (staren). Zelfs de lelijke grieten hier zijn mooi. Of ze iets te vertellen hebben is een andere zaak, maar dat hoeft ook niet. Voor conversatie zijn er mijn roommates in het hostel.
Op dag vier wordt er na enkele pinten (Natural Ice, $2.59 voor vier halve liters (5.9%), blijkt de pilsbier/cara van de VS te zijn) beslist om South Beach by night te verkennen. Iets later zit ik op de achterbank van een cabriolet, cruisend over Washington Avenue tussen de verlichte wolkenkrabbers en met luide negermuziek uit de speakers. Wind in de haren, gebaren makend naar voetgangers om de ervaring compleet te maken. Miami Vice, eat your heart out. Het plan is om naar enkele clubs te gaan maar de toegangsprijzen zijn absurd (tot 100 dollar) dus belanden we in een Ierse pub waar wat van bovengenoemde grieten op de toog staan te dansen. Iemand van onze groep knalt (per ongeluk weliswaar) een hele schotel Guinnesspinten uit de handen van een serveerster, dus gaan we maar naar een terras op Ocean Drive. Met de details van de rest van de avond zal ik jullie niet vervelen (mede ook omdat ik ze vergeten ben) maar naar het schijnt was de avond afgelopen rond 6 uur. Fun times.
De dag erna wordt er door een paar mensen op de kamer stevig gekaterd (ikzelf eens niet voor de verandering) dus gaan we naar het strand om wat te bekomen. Maar stranden hier zijn anders dan thuis, de korrels zijn veel groffer en op sommige dagen is het water vergeven van de kwallen. Of vandaag zo'n dag is weet ik niet maar we nemen toch maar het zekere voor het onzekere en we besluiten om het zwembad van een van de poepsjieke hotels langs de kustlijn te crashen. Dat gaat als volgt: 1) Ga in de buurt van een van de achterpoortjes van een hotel staan, deze geven direct uitgang op de zwembaden 2) Wacht tot gasten die in het hotel verblijven het poortje open doen met hun magneetkaart 3) Ga met hen mee en doe alsof je zelf in het hotel verblijft (thanks, I forgot my card at my room) 4) Kies een vrije ligstoel en relax. Misschien niet echt origineel maar het werkt wel.
THE COLLEGE LIFEElke dag strand en zon is allemaal goed en wel maar toch wat saai na een tijd. Miami is zowat het Ibiza van Amerika, niet echt mijn ding. Dus na vijf dagen hou ik het voor bekeken. Ik boek een rit naar Orlando bij Greyhound, de busmaatschappij die grote steden met elkaar verbind en over het hele land actief is. Greyhound zou het vervoermiddel zijn van de lagere sociale klassen wegens de goedkope tickets, met af en toe verdachte figuren die wel eens vlugge vingers zouden kunnen hebben. Daar merk ik echter niets van. Buiten enkele badass looking homeboys (bandana, tattoos, shirt tot over hun gat en woest kijkend meewiegen met de muziek uit hun ipod) is er niets shady aan. De kerel naast mij heeft wel een ongelooflijk stinkende adem, ik kan het letterlijk ruiken als hij zijn hoofd in mijn richting draait om naar buiten te kijken. Gelukkig is er niet veel te zien, op autostrade en enkele grazende koeien na.
In Orlando wordt ik opgepikt door Jon, iemand die ik leren kennen heb via CouchSurfing.com. Hij huurt een groot huis niet zo ver van zijn campus met drie andere studenten, en ik mag op zijn opblaasmatras blijven slapen. Aangezien het vrijdag is gaan we uit op campus. Een campus (universiteit of hogeschool) hier is zowat even groot als een middelgroot dorp bij ons: 50.000 studenten verblijven in dorms die verspreid zijn over de hele campus. Om van lokaal A naar lokaal B te geraken heb je een auto nodig, van de ene kant naar de andere rijden duurt ongeveer 15 minuten. Naast een eigen stadion, zwembad en atletiekzaal heeft een campus ook zijn eigen eetgelegenheden en most importantly: zijn eigen cafe's. En laat dat laatste nu net goed uitkomen: zich te pletter drinken is de hobby van menig student hier. Of ze dan ook nog naar huis rijden als ze completely shitfaced zijn? O ja, ongelukken door rijden onder invloed komen veelvuldig voor in de VS.
We arriveren om 16 u, het is de bedoeling om slechts een pint te drinken en dan iets te gaan eten, maar blijven plakken is blijkbaar een universeel fenomeen. Jon's vrienden hebben het weekend al vroeg ingezet (ze kennen hier ook happy hour), net als vele andere mensen die ik zie. Het zal er niet beter op worden naarmate het later wordt. Het beeld dat je krijgt van Amerikaanse studenten uit films als Roadtrip of American Pie is niet overdreven te noemen: stevig drinken, vuilbekkerij tegen de sterren op (ik moet eens enkele uitdrukkingen vragen, versta ze niet altijd) gevolgd door een rauwe oerkreet en een high five of het tegen elkaar slaan van de vuisten. De flashende grieten zijn blijkbaar ook niet gelogen, na een paar uur zie ik het eerste topje omhoog gaan. Leuke meisjes hebben ze hier. Redelijk easy ook, zelfs kerels in verregaande staat van dronkenschap kunnen hier aan de bak komen (merk de woordspeling op).
Aangezien mijn gastheer morgenvroeg moet werken gaan we om 12 uur nog even naar een afterparty bij iemand thuis met een gratis vat (een keg zoals ze zeggen), thuis rond 1 uur. Er worden reeds afspraken gemaakt om de komende dagen downtown uit te gaan, Cape Canaveral te gaan bezoeken en met een hele groep naar het strand af te zakken om bier te drinken. College life baby.