Dus je besluit op reis te gaan. Een stukje van de wereld te zien.
Eerste vraag die je je stelt: waarheen zal ik gaan? Heb ik enige beperkingen?
Antwoord: nee. Geen vriendin, geen job (meer), genoeg fondsen op de bankrekening om het een tijdje uit te zingen. Als ik niet te gek doe natuurlijk (geen duizenden euro's verbrassen aan cocaïne en hoeren dus, spijtig genoeg).
Besluit: beginnen in Berlijn, dan verder naar Polen, door de Baltische staten, Rusland binnen via St.-Petersburg, de Trans-Mantsjoerische express (één van de drie lijnen van de Trans-Siberische) van Moskou naar China, oostkust van China afdalen naar Hongkong en vandaar het vliegtuig op naar Japan. Dat zijn de grote lijnen althans.
Wat ons bij
vraag nummer twee brengt: Welke voorbereidingen moet ik treffen? Stippel ik alles op voorhand uit?
Antwoord: nee. Ik ben nogal een aanhanger van het principe "see as you go along"; er zijn altijd plaatsen en dingen onderweg die beter/slechter uitvallen dan gedacht, en waar je dan meer/minder tijd wil doorbrengen dan gepland. Iets wat niet mogelijk is als je elk hostel en transport al op voorhand boekt. Flexibiliteit is een must. Wat nu ook weer niet wil zeggen dat je gewoon kan vertrekken zonder een minimum aan planning. Zo heb je voor landen als Rusland en China een visum nodig, zijn bepaalde vaccinaties aangeraden en kan je er van uitgaan dat je geen ticket meer kan bemachtigen voor de Trans-Siberische slechts een week op voorhand.
Besluit: boek het hoogstnodige (leg bv. de data van je visums vast) en vul de rest in naar de goesting van het moment.
Derde vraag: wat neem ik mee? Voorzie ik mij op alle mogelijke situaties?
Antwoord: nee. De regel omtrent bagage voor een lange backpackreis luidt: leg alles wat je denkt nodig te hebben op een hoop, deel die door twee en ga er dan nog eens met de grove borstel door. Je rug- en zweetklieren zullen je dankbaar zijn. Trouwens, alles wat je onderweg plots blijkt nodig te hebben kan je ter plaatse kopen. Gesteld dat je geen luxepaardje bent dat elke avond kaviaar en champagne als diner wil of per se de wasverzachter met die klotebeer op de doos moet hebben.
Besluit: naast de verplichte electronica zoals een mp3-speler, fototoestel, gsm en scheerapparaat plus een oplader voor al die dingen (my kingdom voor één universele adapter) zit er een beperkte apotheek in mijn bagage (vooral veel anti-hoofdpijn pillen) en wat kleren (5 paar kousen en boxershorts, 4 t-shirts, een korte + lange broek en een pull-over).
Eenmaal al die dingen geregeld rest je enkel maar een vertrekdatum vast te leggen and off you go. Richting Berlijn dus.
ZWAKKE GENENAangezien eens hoofdtoneel van de clash tussen Oost en West, heeft Berlijn een redelijk unieke geschiedenis. De stad is letterlijk bezaaid met bezienswaardigheden en monumenten: een monument voor de Joden, eentje voor de homo's,
Nu ja, als ze een gedenkplaats moeten maken voor elke minderheid die ze vroeger kapotgemaakt hebben zijn ze wel nog even bezig. En verder de overblijfselen van de Koude Oorlog uiteraard, zoals bijvoorbeeld Checkpoint Charlie en de muur. Verwacht echter niet dat die allemaal in het centrum liggen. Een echt centrum is er namelijk niet, Berlijn is zo uitgebreid dat alles te voet doen uitgesloten is. Je hebt het stadsgedeelte Mitte, wat zoveel betekent als centrum, dus dit zou je dus nog het best kunnen vergelijken met een stadskern. De meeste toeristische trekpleisters vind je trouwens hier. Dan heb je nog Kreuzberg, d.i. de allochtone buurt (pitta ahoy) en het gedeelte links van Tiergarten (= het stadspark), waar de zoo etc. zich bevindt. En daartussen liggen nog een stuk of wat andere monumenten gezaaid. Kortom, genoeg om even bezig te blijven.
Zoals in elke grote stad zijn ook de dames van plezier aanwezig. En waar men in de meeste steden prostitutie uit het (toeristisch) centrum probeert te houden of te concentreren op één plaats (spoor 13, de walletjes) tippelen ze hier vrolijk rond op een straat vol met dure restaurants en fancy café's, elke man aanklampend die nog maar een blik in hun richting durft te werpen. En dat zijn er veel, gezien de zwakheid van de mannelijke genen op dat vlak. "I just want to talk to you" blijkt de gemiddelde openingszin te zijn, iets verder in het gesprek is het echter straight down to business: "eighty euros to go to my room, fifty euros in the park". Jaja, time is money, een uitspraak geldig in elke business. De meeste mannen maken zich snel uit de voeten (vooral grappig zijn de oudere, kalende vaders die zich snel van de plek des verderf haasten, schuldige en betrapte blik in de ogen omdat ze het niet konden laten even te staren) maar af en toe zie je wel iemand slaafs bij de hand geleid worden naar onbekende bestemmingen. Nu ja, onbekend, we all know what´s gonna happen. Zelf besluit ik er toch ook maar niet op in te gaan, after all, ik reis op een budget.
KARMAEn dat budget houdt nog wel aardig stand moet ik zeggen. Eten kopen in een supermarkt blijkt stukken goedkoper dan thuis, voor een kleine tien euro koop je al de ingediënten om twee dagen te eten. Als je het geluk hebt dat je leftovers niet in de vuilnisbak gepleurd worden door een overijverig hostelpersoneel omdat je vergeten bent je naam erop te schrijven natuurlijk. Een gemiddelde pint (halve liters wel) kost je hier zo'n drie à vier euro, niet overdreven duur maar ook niet goedkoop. De truk is (en dit is universeel) om je te bevoorraden in een nachtwinkel en je dan te bezatten in het hostel. Of niet drinken, maar dat ligt uiteraard moeilijker. Op die manier slaag ik er wel in om rond te komen met een vijftig euro per dag.
En soms heb je gewoon geluk natuurlijk. Zo vind ik op een bepaalde dag een portefeuille met honderd euro in op de grond van de keuken. Rechtschapen als ik ben geef ik die echter onmiddelijk af aan de receptie. Het is slechts enkele minuten later dat ik besef dat ik met dat geld twee dagen zou kunnen rondkomen. Of twee keer naar het park zou kunnen gaan voor een goed gesprek. Achja.
Maar life works in mysterious ways sometimes: enkele dagen later ontmoet ik een leuk meisje in het hostel dat geen geld vraagt om met haar te praten, en nog enkele dagen later wil ik tijdens een avond/ochtend uit vijftig euro uit de muur halen maar ontvang er vijfhonderd. Nu geloof ik niet in al die hippie-bullshit, maar als dit geen geval van Karma is dan weet ik het ook niet meer.
Leuk detail: tijdens die avond/ochtend uit (het was zelfs niet de bedoeling om pas om 9.30u thuis te komen, maar we passeerden een pub die 24/7 open was en de kracht van testosteron en de droge keel waren sterker dan de nood aan slaap) komen we een gemeente-arbeider tegen die de straten aan het schoonvegen is. Stel je een karretje voor met een vuilbak aan en daarvoor een ijzeren bak om bezems etc. in op te bergen. Op een gegeven moment neemt de man een pauze, waarop hij in zijn ijzeren bak graait en een dikke pint Berliner pilsner tevoorschijn tovert. De mannen van de gemeente, ook hier weten ze van aanpakken.
Wat me nog opvalt aan Berlijn is het contrast tussen nieuw en modern enerzijds en (schijnbaar) verwaarloosd en oud anderzijds, en hoe plots dat contrast soms zichtbaar is. Sommige (toeristische) plaatsen zien er best aangenaam uit, maar als je dan vijf minuten verder loopt (waar er volgens de tourist map niets te zien is) zie je overal glas op straat of graffiti op gebouwen. Het maakt niet eens uit of ze nog in gebruik zijn of niet; sta je voor een building waarvan je denkt dat het verlaten is en plots wandelt er doodleuk een heerschap in pak en das naar buiten. Of er wandelt iemand naar binnen met een shopping bag, blijkt het een kleine buurtwinkel te zijn. Vreemd.
Of je loopt vijf minuten en ineens sta je oog in oog met een hele rij flatgebouwen, Belgian coast-style. Best wel een rare combinatie: monument-kerk-restaurant-appartementen.
THE TRIANGULAR SUCKOFFNu was het origineel plan om een maand in Berlijn te blijven, en om tijdens die maand misschien een job in één of andere jeugdherberg te zoeken. Dat zou garantie geven op een gratis slaapplaats en je zou constant nieuwe mensen te ontmoeten. Maar de motivatie om te werken is echter zeer gering in het begin van een reis, de bankrekening nog goed gespijsd (en ik ben misschien ook wel een beetje aan de luie kant weetjewel). En mensen leren kennen doe je sowieso, dus eigenlijk is de keuze snel gemaakt: na een tweetal weken hou ik Berlijn voor bekeken en vertrek ik naar Munchen.
Eerste plaats waar ik terecht kom is een hostel genaamd The Tent. Geboekt wegens goede reviews op hostels.com, maar bij nader inzien blijkt het een soort zomerkamp te zijn waar vooral jonge kinderen rondlopen, samen met gezinnen met nog meer jonge kinderen. En ik hou niet van jonge kinderen. The Tent mag trouwens ook letterlijk opgevat worden, mijn slaapplaats blijkt een echte tent te zijn met honderd (!) bedden. De dekens die je krijgt zijn van het schurftige soort die in geen maanden gewassen lijken te zijn en die je de spreekwoordelijke astma-aanval bezorgen van er nog maar gewoon naar te kijken. Eerste gedachte: what the fuck is this place? Tweede gedachte: I gotta get out of here!
En zo beland ik vanaf nacht twee in een forty-bed dorm (niet zoveel beter maar meer was er niet meer vrij) in een hostel pal in het het centrum. Goede locatie, enkel blijkt dit (en vooral mijn kamer spijtig genoeg) vol luidruchtige (aren't they always?) Amerikanen te zitten. Van de regen in de drup noemen ze zoiets geloof ik. Maar goed, na enkele dagen ontmoet ik nog wel wat interessant volk om een pint mee te drinken. Zo zitten we op een gegeven avond buiten als er een nieuwsgierige Duitser passeert die dom genoeg is om een conversatie aan te gaan met mijn dronken kompanen. Nadat deze laatste hun enige Duits hebben uitgeput (scheisse, schnitsel en ja) gaat het gesprek verder in Engels, wat hij blijkbaar ietwat beheerst. Plots stelt iemand de vraag "Hey man, do you know what a triangular suckoff is?". Geschrokken maakt onze Duitse vriend zich uit de voeten, zoveel Engels verstaat hij precies wel. Conversatie gedaan.
DISCIPLINEMunchen is ook de bierhoofdstad van Europa (dat beweren ze hier toch, volgens mij zijn er nog wel een stuk of wat steden die dat beweren): bierhuizen overal en the pinnacle of it all: Oktoberfest. Naar het schijnt kan je dan terecht in grote tenten waar je bier enkel per liter kan kopen, en als je niets drinkt of in slaap valt aan je tafeltje word je eruit gegooid. Die Duitse discipline toch. Tijdens die tijd blijkt Munchen ook the place to be voor veel Australiërs, die dan en masse dronken worden en hun paspoorten verliezen. Enige probleem is dat er geen Australische ambassade is in Munchen, dus speciaal voor Oktoberfest wordt er een tijdelijke stand voorzien in de Engelse ambassade. Ik veronderstel dat niet drinken voor hun ook moeilijker ligt.
Wat de stad zelf betreft: een heel stuk kleiner en properder dan Berlijn. Over het algemeen ook mooier vind ik, wat zich vertaalt in smalle straten, weinig tot geen auto's in het centrum en een meer uniforme bouwstijl. Het verhoudt zich zo'n beetje zoals Gent tegenover Antwerpen. Enkel McDonalds, Burger King, Starbucks en andere Amerikaanse uithangborden moet je erbij nemen, die zijn al te goed ingeburgerd in de grote Duitse steden. Maar laat dat niet aan je hart komen, er zijn genoeg andere dingen te zien en te doen. Dachau bijvoorbeeld, het allereerste concentratiekamp dat als model diende voor alle andere vernietigingskampen onder Hitler. Niet echt de meest opwekkende plaats maar je leert wel meer bij dan bijvoorbeeld de definitie van een triangular suckoff. Hitler heeft hier trouwens wel meer uitgevreten, zo was Munchen de uitvalsbasis van de Nazipartij en heeft hij in 1923 hier zijn eerste "putsch" georganiseerd, een poging om de macht te grijpen.
Maar zoals gezegd, deze stad is niet echt zo groot dus na een paar dagen heb ik het wel gezien. Dus hup, de trein op naar de volgende bestemming: Heidelberg. Nu hoor ik jullie afvragen: waar the fuck is dat en wat is daar in godsnaam te doen? Wel, Heidelberg ligt onder Frankfurt en is een studentenstad. Niet echt veel te zien if you ask me, maar maak dat de horden Japanse toeristen maar wijs. Een oude brug en een aftands kasteel is blijkbaar genoeg om rollen film te verschieten.
Neen, herinner je het meisje dat ik in Berlijn heb leren kennen: dat is de reden voor mijn bezoek. We spreken af dat ik een week blijf, op haar appartement dat ze deelt met twee vriendinnen. Eindelijk opnieuw een keuken en een rustige kamer zonder Amerikanen. Enige minpunt is dat het nogal krap is en slecht geïsoleerd, en het is natuurlijk op zo'n plaatsen dat je weeral het luidruchtigst bent op de wc. Quite embarresing. Met verdere details zal ik jullie niet lastig vallen, die hou ik trouwens ook liever voor mezelf. Laten we gewoon zeggen dat het good times waren en dat er wel een traantje weggepinkt wordt bij het afscheid. Maar afscheid nemen hoort nu eenmaal bij reizen, anders zouden ze het verhuizen noemen. Jaja nog even een laatste kwinkslag en we kunnen er weer tegen