Dan heb je er weer helemaal zin in, begin je de resterende reis wat uit te plannen aan de hand van een reisgids, en dan kom je bij de pagina "Health and other dangers". "Virussen en ziektes die u kan oplopen tijdens een langer verblijf in Zuidoost-Azië: malaria, dengue fever, hepatitis, filariasis, hondsdolheid, TBC, mazelen, tyfus" (en het lijstje gaat nog wel even door). Even terugdenken aan de vaccinaties die ik midden juli vorig jaar gekregen heb ... hepatitis. Punt. En hoe zat dat ook alweer met mijn ziekteverzekering? Hm, blijkbaar ook afgelopen. En tegen diefstal of beschadiging van mijn valuables was ik al niet verzekerd in the first place. Het doet me geen seconde twijfelen of ik nu wel zal gaan of niet, maar uiterste voorzichtigheid is wel geboden me dunkt. Straathonden aaien is uit den boze (ze prefentief neerknuppelen lijkt dan weer een leukere gedachte maar ik wil ze nu ook weer niet onnodig pissig maken), insektenspray en malariatabletten komen op het boodschappenlijstje te staan en voor de rest vertrouw ik op mijn gezond verstand.
BALLENZWEETDatzelfde gezond verstand heeft me gezegend met the urge om altijd veel te vroeg op te dagen voor een treinrit of vlucht, en dat werpt zijn vruchten af aan de check-inbalie voor mijn vlucht naar Singapore. "How long are you staying in Singapore, and where are you going afterwards sir?" -"Euh I don't know, I figured I'd decide that while I'm there. Why?" "Well you need a ticket out before we can let you in, visa regulations. Oh and may I remind you that check-in closes in 30 minutes." Fuck. Een hectisch halfuur volgt waarin ik al vloekend met mijn bagage door de luchthaven ren, op zoek naar een internetterminal en snel snel een vlucht naar Kuala Lumpur boek. Het kan een vlottere start zijn voor mijn terugkeer naar Azië, maar het is alleszins een start (en waarschijnlijk een veel kleiner ongemak dan bijvoorbeeld hondsdolheid).
Alhoewel ik hierboven schrijf "terugkeer naar Azië" kan je Singapore niet 100% Aziatisch noemen, dankzij zijn internationale uitstraling heb je hier wel wat westerse invloeden, en is dit een efficiënte, moderne en nette stad. Je zou trouwens eens moeten durven je afval op straat werpen, een dikke boete zal je deel zijn als je gepakt wordt. Een gevolg van die aanpak is de properste Chinatown die ik ooit al gezien heb; normaal maakt het niet uit in welke mate een stad gevrijwaard is van zwerfvuil, in Chinatown slingert er altijd wel iets rond op de grond, maar in deze stadstaat kunnen de Chinezen hun het litteren laten blijkbaar.
Tevens is Engels een officiële voertaal in Singapore, al kan daar wel wat over gezegd worden. Ze hebben namelijk hun eigen manier om het uit te spreken, wat het niet altijd even verstaanbaar maakt. "Ting tong makedamdam five minutes." -"Huh?" "I said your bus will come in five minutes sir." Eerst denk je dan dat Engels niet hun moedertaal is, maar dan hoor je ze onder elkaar datzelfde Singlish spreken en besef je dat dat wel degelijk het geval is. Het zal wel niet de bedoeling geweest zijn van Sir Thomas Stamford Raffles toen hij in 1819 Singapore toevoegde aan het Britse rijk maar goed, mits enige concentratie werkt het wel.
Wat wel op en top (Zuidoost)-Aziatisch is aan deze stad is het weer. Ik dacht dat ik nu toch wel al iets gewend was qua hitte na Australië, maar dit is evenwel nog van een ander kaliber. Thuis is 35-40 graden al een stevige hittegolf en moet je de oudjes binnen- en de frisse pinten buitenhalen, hier is zoiets dagelijkse kost. Het is ook een ander soort hitte vanwege de hoge vochtigheidsgraad, het duurt welgeteld drie minuten na een nieuwe douche vooraleer je weer helemaal plakt en het zweet zich vanaf je voorhoofd een weg naar beneden baant. Ik zweet mijn ballen eraf van gewoon op een stoel te zitten of op groen licht te wachten, de locals zie je geen krimp geven. Het is iets waar je maar beter snel aan went want veel verandering komt daar niet in hoe verder noordwaarts je reist heb ik al gemerkt. Gelukkig kan je nog verkoeling zoeken in de talrijke airconditioned winkels ("Can I help you?" -"Nope, just enjoying your free airco.")
THE REAL ASIANa een vijftal dagen -gevuld met een Pixar exhibition (Behind the screens of animation, best wel zijn geld waard), wat nighttime photography en me op het lokale streetfood storten- begeef ik me naar de volgende bestemming: Kuala Lumpur, Maleisië.
En dit is dan weer wel het echte Azië: chaotisch verkeer met rammelende bussen die constant zwarte rook uitbraken, massa's volk en gedaan met de cleanliness. Nu ga ik niet beweren dat ik een fan ben van een dikke roetwolk in mijn gezicht terwijl over straat wandel, maar voor de rest hou ik wel van die atmosfeer. Op je gemak tussen kleine steegjes vol stalletjes kuieren, tien minuten discussiëren over de prijs van een t-shirt om hem dan toch niet te kopen (tot grote frustratie van de verkoper (niet mooi, ik weet het)), en tegen de avond je tussen de locals placeren aan een van de vele eettentjes langs de straatkant om een goedkoop bord rijst binnen te spelen. Dat je voeten tegen die tijd pikzwart zien en er drie meter verder een paar ratten zich te goed doen aan de leftovers van je buur moet je er maar bijnemen. The real Asia indeed.
Dat gezegd zijnde, verder is er in Kuala Lumpur niet zo heel veel te beleven. Er zijn de Petronas Towers (maar dat zijn uiteindelijk ook maar twee torens), een paar grotten met een Buddha erin maar die zijn tien kilometer buiten het centrum so fuck that (this heat makes you lazy) en nog een paar gebouwen hier en daar die ze tot trekpleister gebombardeerd hebben om hun toeristische folders te vullen.
Nadat ik voldoende sfeer (en roet) opgesnoven heb zak ik dan ook af naar Melaka, vroeger een belangrijke haven vanwege zijn ligging en achtereenvolgens gedomineerd door de Chinezen, Portugezen, Nederlanders en uiteindelijk de Britten. Tegenwoordig wordt het vooral aangedaan door toeristen die de paar hoofdstraten dagelijks doen volstromen, en zich vergapen aan historische gebouwen zoals het oude Nederlandse Stadhuys of de paar kerken die destijds de christelijke kolonisten van hun goddelijke fix voorzagen. Maar qua geloof heb je vandaag de dag voor elk wat wils in Maleisië: er zijn aanhangers van Buddhisme, Taoïsme of het Christendom (vooral onder de Chinese en Indiase inwijkelingen), maar bijna al de Malays zelf zijn moslim. Boerka's en Moskeeën vind je dan ook regelmatig terug in het straatbeeld. En hoewel ik niets heb tegen die laatste, het zou leuk zijn moesten ze het volume van hun ochtendgebed wat naar beneden kunnen bijstellen. Tussen half zes en zes hoor je een of andere imam zijn ding doen, bijgestaan door een hi-fi installatie bovenop een minaret (ze hadden die mannen nooit de technologie van de luidspreker mogen aanleren).
HAAIEN NEERKNUPPELENNa Melaka besluit ik enkele eilanden aan de oostkust te gaan verkennen (weg van dat gebleir), te beginnen met Tioman. Na een busrit van vijf uur en twee ferries (je moet in open zee overstappen van de ene naar de andere, niet vanzelfsprekend met bagage op je rug en een wiebelende boot onder je voeten) kom ik aan op dit rustig resort. Geen auto's, geen massa's volk en vriendelijke bewonders die al graag eens een praatje slaan. Slapen doe je in hutten langs het strand die je kan huren voor een paar euro's. Het stelt niet veel voor; een kleine douche, ventilator en een bed met matras die naar de eigenaardige combinatie van pis en hotdogs ruikt. But it will do, de gezapige en vriendelijke feer maakt veel goed. Enige minpunt is het afval dat je soms langs het strand en tussen de bomen ziet liggen (het wordt erg als je pisgeur al niet meer als een minpunt beschouwt, vuiligheid wordt ik blijkbaar sneller gewoon dan hitte), maar daar staat dan weer een prachtig koraalrif tegenover. Duiken zit er niet meer in voor mij (laatste keer geprobeerd op het Great Barrier Reef, mijn oren beginnen verrekte pijn te doen op reeds enkele meters diepte) dus hou ik het genoodzaakt bij snorkelen, maar dat is evenzeer de moeite. Het is alsof je een National Geographic documentaire voor je ogen ziet afspelen: koraal in allerlei vormen en kleuren, scholen vissen die nieuwsgierig rond je komen zwemmen (of misschien komen ze af op de hotdoggeur) en the odd shark die zich snel uit de voeten maakt als je te dichtbij komt. Nog een geluk misschien, ik zou niet weten wat doen moest hij recht op me afkomen (een haai neerknuppelen lijkt me al een iets moeilijker opdracht). Op de gidsen moet je alleszins niet al te veel rekenen, die blijven rustig op hun boot zitten sigaretten roken. Het is een groot verschil met een Australische snorkeltrip, daar mag er niet gerookt worden (je zit tenslotte op a shitload of fuel), mag je je niet te ver van de boot wagen en moet je eerst een paar praktische- en veiligheidstips aanhoren. Hier is het enige wat men je vertelt "put on your gear, jump in the water and you know, swim around." Waarna de boot wegvaart en een 300 meter verder gaat ronddobberen. Na tien minuten in het water blijkt mijn duikbril te lekken en begin ik te zwaaien naar de boot voor een nieuwe, waarop die de afstand half overbrugt en de gids doodleuk gebaart dat ik de andere helft zelf maar moet zwemmen. Prijs van benzine te hoog? Zien ze graag een westerling in het water worstelen? Ik weet het niet, maar ik ben er dankbaar voor dat ik niet echt in de problemen kom. Waarschijnlijk roepen ze je dan van in de verte iets toe in de trant van "euh, you know, stop drowning, that should help."
ZWEEDS KORAALVolgende stop zijn the Perhentians, een paar eilanden helemaal in het noorden. Net iets toeristischer wat het iets onpersoonlijker maakt, maar daar stoor ik me niet echt aan. Wat me wel wat tegenvalt is de snorkelervaring: het koraal is veelal grijs en dood (valt wel een mouw aan te passen door het observeren van je knappe Zweedse medesnorkelaarsters in plaats van de grijze bodem) en waar ik op Tioman zowat de enige was die in de oceaan ronddobberde ben ik hier omringd door horden Aziaten met knalrode reddingsvesten (het ziet eruit alsof een stukje oceaan de mazelen gekregen heeft). Ik heb me laten vertellen dat die mensen niet leren zwemmen van jongsaf aan, en ze pogingen zien wagen heeft veel weg van een kat die je in een badkuip katapulteert: hoesten en proesten terwijl ze water alle kanten opspatten. Het is wel grappig om te zien hoe ze de verdrinkingsdood proberen te vermijden, maar als je ze dan iets later ziet rechtstaan en steunen op het koraal, stukken afbrekend die jaren en jaren nodig hebben om terug te groeien, dan is het grappige er snel af.
Het typeert een beetje hoe ze in Maleisië met natuur omgaan: als het geld opbrengt (in dit geval mensen die niet kunnen zwemmen tussen kostbaar koraal droppen) kan het hun niet echt schelen of daar wat beesten voor sterven of natuurgebied voor verloren gaat. Nog een voorbeeld zijn de palmboomplantaties die wel lucratieve palmolie opleveren maar waarvoor tegelijkertijd gigantische vlakten regenwoud tegen de grond gaan (naar schatting 60% van het originele regenwoud is reeds gekapt voor o.a. zulke doeleinden). Enfin, mij kunnen ze alvast niets verwijten, ik deponeer mijn afval netjes in de vuilnisbak en laat the local wildlife met rust (wat zou je ook willen een bevlooide aap of smerige varaan aanraken).
Het is iets dat ik de voorbije negen maand niet al te veel gedaan heb, maar een blik op de kalender leert mij dat ik stilletjesaan wat moet voortmaken. Het is een beetje een tegenstrijdig gevoel, ik heb nog een goeie acht weken te gaan (wat toch nog altijd ruim boven de gemiddelde vakantieduur ligt) en toch voelt het aan alsof ik the last stretch inga (gezien de totale duur van de reis is dat misschien ook wel zo) en alsof ik mij moet haasten. Wat ook wel klopt, als ik even naar de kaart kijk en naar de afstand/landen die ik nog wil doen. Zuidoost-Azië is nog vrij groot bij nader inzien.
Anyway, tijd om de zon- zee- en strandervaring te laten voor wat het is (for now) en mij naar de westelijke Thaise grens te begeven, de oostkust is namelijk te gevaarlijk voor een border-crossing. Thailand zou as a whole trouwens gevaarlijk zijn om te reizen op dit moment, maar na met enkele medereizigers gesproken te hebben blijkt dat wel mee te vallen. Mind your own business, stay out of politics and you'll be fine. Besides, ik wil echt de ping-pongshow zien in Bangkok (het heeft niets te maken met Jean-Michel Saive te maken, look it up). So fuck it, Thailand it is.