Thailand. Volgens De Standaard land van de glimlach, volgens anderen (vooral vieze oude venten) seksparadijs waar alles kan en mag. Hoe het ook zij, het is waarschijnlijk de populairste bestemming in heel Zuidoost-Azië. Time to check what all the fuss is about.
SUGAR MONKEYBeginnen doe ik in Phuket, een van de eilanden in het zuiden van het land dat compleet verwoest werd door de tsunami in 2004. Niet dat je daar nu nog iets van merkt, toerisme is weer a booming business en dat merk je aan de prijzen (en aan de toeristen natuurlijk): wil je een degelijke verblijfplaats op een van de populaire stranden betaal je al snel rond de twintig euro. Peanuts voor de rijke zakenman die hier wat in het zand komt liggen zijn kloten schuren (letterlijk en figuurlijk) maar voor de average backpacker toch nog altijd veel geld. Ik verken de stranden voor een paar dagen vanuit Phuket town (wat goedkoper is), en verkas daarna naar Ko Phi Phi.
Ko Phi Phi is een eiland temidden van een eilandengroep waar men The Beach en een of andere James Bondfilm gedraaid heeft. Van The Beach herinner ik me maar de helft en James Bond interesseert me al helemaal geen zak, maar ik vermoed dat als Hollywood hier dikke dollars wil investeren er wel wat natuurpracht te zien is. En dat is er ook, al is het misschien net iets te druk om goed te zijn. Phi Phi zelf is volgebouwd met guesthouses, massagetenten, pubs, tattooshops en restaurants. De omliggende eilanden -waarvoor je eigenlijk komt- zijn enkel bereikbaar via boot, die zich op de weg daarheen al snel tussen een vloot andere vaartuigen bevindt. Er in stilte op je eentje van genieten is er dus niet bij, maar dat had ik ook niet verwacht. De Leo heeft tenslotte met zijn rotkop op deze stranden rondgehuppeld. Niettemin zijn de spectaculaire rotsformaties en koraalriffen zeker een bezoek waard, en je mag dan misschien niet alleen zijn om van de zonsondergang te genieten, hij blijft nog steeds genietbaar.
Al vraag ik me soms af of al dat volk wel verantwoord is. Je betaalt wel een "conservation charge" van vijf euro wanneer je aankomt maar iemand effectief iets zien schoonmaken heb ik nog niet gezien. Afval op strand en tussen de bomen is dan ook geen ongewoon zicht, beetje spijtig eigenlijk. Het toppunt van onverantwoord ecotoerisme zie ik echter op Monkey Bay. Dat is een strand van misschien honderd meter lang en vijf breed maar er leven apen die maar wat graag gevoederd worden, en wie ziet er nu niet graag een aap van dichtbij? Het probleem daaraan is dat 1) het ze lui maakt en 2) de meeste mensen geen idee hebben van wat er zoal op het menu van een aap staat. Het merendeel komt aandraven met bananen (cliché maar correct) maar er zijn er ook enkele die de beestjes cola geven (incorrect). Ik vraag me af wat twee blikken suiker doet met een beest van om en bij de tien kilo, maar gezond kan het niet zijn.
THE SEEDY UNDERBELLYOndertussen voel ik opnieuw de lokroep van de grootstad en boek ik een nachtbus naar Bangkok. Ik arriveer om zes in de ochtend nabij Khaosan Road, twenty-four seven een van de drukste straten hier, en het duurt niet lang om een globaal idee te krijgen van wat je zoal mag verwachten in deze chaotische, high-energy hoofdstad. Een stevig aantal backpackers is nog bezig met de vorige dag te beëindigen aan de vele terrasjes, de dames van lichte zeden ondernemen laatste pogingen om nog wat klanten te versieren ("Looking for a room? Wanna come to mine?"), terwijl de tuk-tuk drivers een nieuwe ronde ingaan van toeristen bedotten. En dan heb ik het nog niet over de vele con artists die vriendelijk een gesprek met je aanknopen, trachten je sympathie te winnen door te vertellen over hun twee jobs en hoe ze daardoor te weinig tijd hebben voor "boom boom with the wife", maar je eigenlijk een ticket voor het een of ander proberen aan te smeren.
Misschien een klein woordje uitleg over die voorlaatste: een tuk-tuk is een mini-taxi dat zes tot acht personen kan vervoeren. Je neemt plaats achterin een metalen bak die op een soort brommer gemonteerd is, het ziet er niet echt veilig uit maar het is goedkoper dan een taxi en je geraakt sneller op je bestemming (als je niet vastzit in een van de vele files natuurlijk). Maar daar wringt het schoentje wel eens: je chauffeur heeft vaak zo zijn eigen idee van wat jouw bestemming is, en brengt je ongevraagd naar juwelenwinkels en andere shops (ze vangen een premie voor het binnenbrengen van klanten). Als je dan wat lastig begint te doen en het duidelijk wordt dat je de winkel zelfs niet gaat binnenstappen, laat de fucker je simpelweg achter waar je staat en ben je nog verder weg van huis.
Een echte heksenketel dus, niet de ideal plaats om terecht te komen na een quasi slapeloze nacht op een bus. Het kost me heel wat moeite om vriendelijk te blijven (die vriendelijkheid verdwijnt uiteindelijk ook na twee dagen) maar uiteindelijk beland ik zonder kleerscheuren en met hetzelfde aantal Baht in de portefeuille in mijn hostel. En vanaf hier begint de dolle rit door Bangkok. Iedereen in mijn kamer kan extreem goed overweg met iedereen, en de komende dagen checken we samen wat deze stad te bieden heeft. Gaande van met een half oog een tempel bezichtigen of een Thai boxing match bezoeken (twaalfjarigen die elkaar knock-out slaan, grappig) tot the seedy underbelly of this depraved sex capital. Gogo bars zijn nooit veraf, en niemand is blijkbaar vies van naar wat naakte danseressen staren (ook het enige meisje in de groep niet, respect) en tegelijkertijd wat lachen met de buitenlanders die een lokale schone proberen op te scharrelen (maar falen, anders zou het niet grappig zijn). En dan is er natuurlijk nog dat stapje hoger op de ladder van vetzakkerij: de fameuze pingpongshows. Of het bewijs hoe multifunctioneel een vagina kan zijn. Stel je een kamer voor met zo'n zestig personen, vooral toeristen die eens goed komen lachen maar ook een paar echte vuileriken (die zitten pal vooraan), met in het midden een klein podium waarop vrouwen allerlei stuff met/uit hun vagina uithalen. Sigaretten roken, kaarsen uitblazen, slingers tevoorschijn toveren, vloeistoffen doen verdwijnen, flesjes bier ontkurken (verdorie handiger dan een keukenrobot!) en the pinnacle of it all: pingpongballetjes in een emmer mikken. Groot applaus bij elk shot on target, lichte ontgoocheling wanneer de show is afgelopen. Goed, opnieuw het nachleven induiken dan maar, en dat levert soms surreëele beelden op. Wegens de aanhoudende antiregeringsprotesten zijn er in sommige stukken van de stad massa's soldaten op de been, elk met een bigass rifle rond de schouder gedrapeerd. Daar lopen dan dronken toeristen tussen, achtervolgd door locals die je opnieuw naar een pingpongshow willen sleuren. Sta je in 7/11 een blik bier te kopen en naast je staat een soldaat een flesje water af te rekenen. What the fuck indeed.
FUCKING MEKONGNa een vijftal dagen op deze crazy rollercoaster is het tijd voor wat rust, en die vind ik in Chang Mai, in het noorden van het land. Geen uitzinnige drukte of opdringerige mensen hier, enkel een rustig stadje om gezellig wat in rond te kuieren. Aangezien het mijn laatste dagen zijn in Thailand neem ik het er eens goed van en laat ik me eens degelijk masseren. Vier euro voor een uur, degelijke investering zou ik zo zeggen. Tegelijkertijd snap ik ook meteen de reden waarom zoveel westerlingen hier "de liefde" komen zoeken: zachte handen over je lichaam van een Thaise deerne die geen woord Engels spreekt behalve "relax mister", zeer verleidelijk.
But none of that for me, het is tijd om me naar Laos te begeven, en dat is dan ook meteen het einde van de rust. Ik heb een ticket voor een slow boat, een schuit van veertig op vijf meter die mij en een vijtigtal andere travelers in twee dagen naar Luang Prabang moet brengen. Twee keer negen uur op een krappe boot (slapen doe je in een dorp onderweg) de Mekongrivier afdrijven, ik heb er geen goed oog in. Na vijf minuten besef ik echter dat dit wel eens leuk zo kunnen worden: iedereen stapt op met flessen sterke drank en bier, en een local is druk in de weer met zijn weedvoorraad uit te verkopen. Drugs zijn zwaar illegaal in Zuidoost-Azië en leveren je, eenmaal gepakt, een fikse boete of een one-way ticket to prison op, hangt ervan af in welk land je je bevindt. Maar tegelijkertijd zijn ze wel overal verkrijgbaar, en de pakkans op het midden van een rivier is vrij klein me dunkt. Anyway, het duurt dan ook niet lang of het hek is van de dam. Hello Laos.
Aan zo'n fun times is meestal een catch verbonden, normaal gezien in de vorm van een smerige kater de dag erna, maar hier begint het afzien al vroeger. Bij het ontschepen (mooi woord voor "van de boot waggelen en zien dat je terwijl niet in dat smerig putwater van de rivier terechtkomt") worden we meteen belaagd door mensen die ons hotelkamers, bier en weed willen verkopen ("leave me alone, can't you see I've had enough?") en is the sense of direction goed verstoord. Eén kerel is bijzonder hardnekkig om ons naar zijn guesthouse te krijgen, en na een goeie tien minuten discussiëren en hem uitschelden voor afzetter blijkt hij de eigenaar te zijn van de keet die we die ochtend geboekt hebben. "Oops. Sorry sir, lead the way." Nog geen vijf minuten later lig ik in bed en eindigt de dag voor mij. Fucking Mekong.
De tweede dag gaat het er al ietsjes kalmer aan toe, iedereen heeft zijn lesje blijkbaar geleerd, op een paar hardleerse elementen na (just like a weekend back home). Geen chaos en verwarring bij het aan wal gaan deze keer, objectief bereikt: Luang Prabang. Deze Unesco World Heritage city heeft meer weg van een dorp, net zoals alle steden in Laos eigenlijk. Een dagje is dan ook genoeg om alles gezien te hebben, om vervolgens verder te trekken naar Vang Vien. De weg tussen beide steden is net een trip terug in de tijd: je rijdt door de bergen via kronkelende hobbelwegen, af en toe een cluster van houten hutten tegenkomend waar oude vrouwtjes hout hakken of in grote kookpotten roeren, kippen rondscharrelen en kleine kinderen achter onze minibus rennen. The countryside of Laos, zeer interessant om te observeren moet ik zeggen.
IN THE TUBINGVang Vien zelf is net iets moderner, maar ga een kilometer buiten het centrum en je komt dezelfde scenes tegen. Zeer charmerend, vooral als je een kleine lagoon vind om in het water te plonzen met de plaatselijke kinderen. Maar dat is niet waarvoor deze plaats bekend staat, het handelsmerk van Vang Vien is tubing. In heel Zuidoost-Azië zie je backpackers met t-shirts waarop staat "In the tubing - Vang Vien, Laos" (meestal onnozelaars) maar ik vermoed dat de mensen op het thuisfront er nog nooit van gehoord hebben dus leg ik het even uit. Het principe is simpel: je huurt een rubberen band (the tube) waarmee je vervolgens de rivier gaat afdrijven. Op zich niets speciaals, maar men heeft de affaire opgeleukt met een hele resem bars langs de kant van de rivier. En in die bars geeft men om de haverklap gratis shots. Waar het dus in feite in op neerkomt is zeer eenvoudig: zuipen. Maar! Nabij of in het water, in dat laatste geval in een rubberen band nog wel. Zeer originele touch moet ik zeggen. Wat je er ook van wil vinden, het trekt wel een hoop (vooral jong) volk. Overal zie je dansende mensen (chicks in bikini, I like) en mensen die van allerlei gammele houten constructies (torens, zipglides, swings) in het water springen. Niet zonder gevaar trouwens, elk jaar zijn er wel een paar zattekloten die met hun hoofd op een rots springen of verkeerd landen, met een abrupt einde van het feest als gevolg (lees: dood).
Tegen een uur of zes 's avonds (het begint rond de middag) moet je normaal het hele parcours afgelegd hebben en gaat het feest verder in de paar openluchtbars die het stadje rijk is. Hier kan je je verder lam zuipen met buckets (kleine emmertjes met your choice of drink) of kiezen voor een drugtrip met bijvoorbeeld mushroom shakes (als je de muren eens wil zien smelten, this is the way to go). Dit alles gebeurt temidden van grote kampvuren (wat me een uiterst slechte combinatie lijkt) en op keiharde elektromuziek. Een bachanaal om u tegen te zeggen dat hallucinante taferalen tot gevolg heeft: zatlappen die hun haar in de fik steken omdat ze te dicht tegen het vuur in slaap vallen of toch niet zo goed zijn in het onder een brandende limbostok dansen, buckets die er al even snel weer uitkomen als dat ze erin gaan. In Europa zou het na twee edities illegaal verklaard worden, hier is het de dagelijkse gang van zaken. Ik vraag me vaak af wat de gemiddelde Laotiaan die hier woont wel moet denken van het zogenaamde "beschaafde" Westen, afgaande op al wat zich hier afspeelt.
Het is fun voor even, maar al al snel ontwikkel ik een ontzettende afkeer voor the place (een bende jonge dronken idioten is niet exactly the kind of people waarmee ik meer dan twee dagen kan en wil spenderen) en zak ik verder af naar Viantiene, de hoofdstad. Geen bal te zien maar het kan me niet schelen, ik heb nood aan wat isolement. Ik heb trouwens iets om naar uit te kijken: binnen enkele dagen heb ik een date in Bangkok met een meisje dat ik daar heb leren kennen (nee geen Thaise masseuse). Het maakte geen deel uit van het originele plan, but back to Thailand it is!